Persbericht niveau 4

Persbericht niveau 4 is hetzelfde als Persbericht niveau 3, echter, uit het interview rolt een langer en dus uitgebreider en diepgaander artikel. Hierdoor wordt het een persoonlijker artikel, met ruimte voor de passie en de dromen van de geïnterviewde.
De klant krijgt bij de prijs inbegrepen, 2 correctierondes. Een extra correctieronde kost € 15,-

Voorbeelden

Hieronder vind je voorbeelden van een Persbericht Niveau 4. De voorbeelden zijn artikelen en advertorials, geschreven in opdracht van GHMP.

Nieuwveense maakt zich klaar voor Olympische Spelen

NIEUWVEEN – In Zuid-Korea, om precies te zijn in de stad Gangneung, bereidt de uit Nieuwveen afkomstige Annouk van der Weijden (31) zich voor op haar tweede Olympische Spelen. Zij rijdt de 5 kilometer en de massastart.

Op het Olympisch Kwalificatietoernooi verraste Annouk van der Weijden, van Team Platina, vooral zichzelf toen zij het goud won op de 5 kilometer en daarmee een Olympisch ticket greep.

‘Ik had de 3 km gehad. Ondanks dat ik een degelijke en goede rit had gereden, werd ik vierde. De 3 was de afstand die ik reed op de Olympische Spelen 4 jaar geleden (zij werd vierde, red.). Daarom hadden wij onze pijlen vooral gericht op die 3. Dat het er juist uitkwam op de 5 km, hadden we, gezien de afgelopen jaren waarop de 3 meestal mijn beste rit was, niet verwacht. Ik wist dat ik een vlakke race kon rijden, dat lukte opeens goed, met bijna allemaal ronden van 33,0. Dat niemand vervolgens aan die tijd kwam, dat was echt een verrassing.’

Zenuwslopend
De 5 kilometerrace bekeek Van der Weijden grotendeels met haar moeder, haar zusjes en vrienden vanaf de tribune. Zijzelf zat namelijk in de allereerste rit. ‘Het was zenuwslopend. Ik had een tijd neergezet en de rest moest op die tijd gaan rijden. De meesten hielden dat heel lang vol. Het bleef dus spannend tot de laatste rondjes, maar uiteindelijk redden ze het allemaal net niet.’

Vervolgens kreeg Van der Weijden ook een Olympisch ticket voor de Massastart. ’Ik heb al die jaren alles gedaan om ook op de massastart goed te presteren. Ik vormde vaak samen met Irene Schouten een team in Worldcup-wedstrijden. Ik vind het ook een erg leuk onderdeel. Dat ik mij individueel plaatste, maakte het aanwijzen voor de KNSB gemakkelijker.’

Dat zij ook klaar is voor de massastart bewees Van der Weijden met de nationale titel op het NK. Daarnaast schreef zij ook het NK Allround op haar naam.

Snel schakelen
Tot het OKT was de haar training ingepland. Daarna was deze blanco. ‘Ik wist nog helemaal niet wat ik zou gaan doen als ik me niet had geplaatst. Het was nu snel schakelen. Ik overlegde met de coaches en Esmee Visser (nummer 2 op de 5 km OKT, red) en ik konden nog net mee met een groep jongens die op trainingskamp naar Inzell gingen. We gingen daar voornamelijk heen om rust te krijgen en te herstellen. Na de OKT waren we direct naar het EK gegaan. Het was nogal hectisch geweest.’

En nu zit Van der Weijden, sinds maandag 5 februari, in Zuid-Korea. ‘Ik moest die eerste dagen echt mijn weg vinden. Er moesten allerlei kleine dingen worden geregeld; een fiets ophalen, de routes, ontdekken, waar de bus vertrekt, hoe de ijsbaan werkt. Ik fiets, ik schaats en ik doe aan krachttrainingen. Qua eten is er vooral veel Aziatisch eten, maar ook gewoon pasta en pizza.

Familie en vrienden
Net als in Sotsji komen ook dit keer familie en vrienden over. ‘Er komen tien mensen. Ze kijken de 5 kilometerrit, gaan dan een paar dagen naar Seoul en komen dan weer terug voor de massastart. Het is voor hen een soort minivakantie.’

Ook in haar oude dorp Nieuwveen is er aandacht voor Van der Weijdens Olympisch avontuur. ‘Bij café Inn ’t Lely Veldt wordt tijdens de 5 kilometerrit een groot scherm opgehangen. De mensen van mijn ijsclub gaan er kijken en mijn familie. Ik hoop dat ze me met zijn allen gaan aanmoedigen.’

Bang voor het krijgen van het Novo-virus, dat het Olympisch dorp getroffen heeft, is Van der Weijden niet. ‘Ook Gangneung heeft maatregelen genomen. Er zijn allerlei beveiligers vervangen. En iedereen doet zijn best om zo schoon mogelijk te blijven. We weten dat, als één iemand het krijgt, we allemaal de Sjaak zijn. Maar ik maak me er niet druk om. En het wordt in Nederland ook wel heel erg opgeblazen.’

Concurrentie
Van der Weijden weet dat zij op de 5 km zeker rekening moet houden met Sablikova. ‘Ook Claudia Pechstein is nog altijd gevaarlijk. Verder de Canadese Ivanie Blondin en de Russische Natalya Voronina.’ Maar zij noemt zichzelf ook een kanshebber. ‘Maar als ik een goede rit heb gereden en tevreden ben over de uitvoering neem ik ook genoegen met het brons.

=========================

Tom de Kleer is VVD nummer 1 – Een lijsttrekker van 20

TER AAR – Tom de Kleer, geboren en getogen in Ter Aar, is met zijn 20 jaar de één-na-jongste lijsttrekker van Nederland. Maar de politiek is niet nieuw voor hem. Al sinds zijn 16de is hij lid van de VVD, met een verkiesbare plek op de lijst en op zijn 18de kwam hij in de raad.

‘Op de basisschool zeiden ze al “Die jongen kan misschien wel iets in dat politieke wereldje gaan doen”,’ vertelt Tom de Kleer. ‘Ik had een vrij sterke mening, die ik redelijk goed uiteen kon zetten. Vaak trok ik de kar, zo is mij vaak verteld.’

Raadslid zijn en nu zelfs de lijsttrekker zijn van VVD Nieuwkoop noemt De Kleer: ‘eervol werk om te doen. Mensen laten blijken dat ze vertrouwen in je hebben als ze je kiezen. Dat vertrouwen wil ik dan ook waar maken. Ik vind het mooi om mensen te vertegenwoordigen. En ik vind Nederland gewoon een mooi land. Ik voel mij enorm aangetrokken tot het liberalisme. Jezelf ontplooien, de zaken aanpakken, zelf je verantwoordelijkheid nemen.’

En aan zelfontplooiing heeft De Kleer de afgelopen 4 jaar zeker gedaan: ‘Ik zit er nu op een andere manier in en kijk heel anders naar werken en de politiek. In het begin vond ik het vooral interessant en leuk om “dingen te doen”. Nu ben ik me er veel meer van bewust. Het is me nu ook veel duidelijker waarom ik voor de VVD heb gekozen. Als je ziet wat de VVD allemaal doet in het land aan vernieuwing en verjonging, ik pas in die visie. In Nederland kun je alles bereiken als je bereid bent hier hard voor te werken. En voor wie dit niet kan, is er een vangnet, dat hoort hier ook bij. Je bent leider van je eigen leven, dat staat centraal in het liberalisme. Het maximale eruit halen en je kansen grijpen.’

Relativeringsvermogen
De Kleer heeft, zoals hij dit zelf omschrijft, een beetje een boeddhistische levensinsteek. ‘Het gebeurt zoals het gebeurt. Daar moet je mee dealen. Ook wanneer iets niet goed uitpakt, neem dan het positieve mee. Al neem ik soms de politiek ook wel mee naar huis, hoor, zoals bij het Sporthal De Vlinder-dossier. Maar als ik dan vervolgens met vrienden een biertje doe, dan is dat even het belangrijkste. Ja, politiek bedrijven, vraagt relativeringsvermogen.’

De Kleer zou graag zien dat de politiek in Nieuwkoop weer wat dualistischer wordt: ‘Nieuwkoop is iets te monistisch. Soms zijn besluiten al genomen, er is dan geen debat meer over te voeren. Ik vind dat ze het college en de raad weer meer uit elkaar moeten trekken. Dat de raadsleden meer de vrijheid krijgen om zelf zaken aan te pakken. Dan kun je je inwoners beter helpen. Zoals bij De Vlinder. Dat is door de politiek veel te laat opgepakt. Door op een dualere manier politiek te voeren, kun je veel kritischer zijn. Het moet niet worden opgelost in de achterkamertjes, je moet juist transparant zijn. Politieke mensen willen geen fouten maken, maar dat moet je juist wel en wees vervolgens bereid dit toe te geven. Probeer niet alles wat krom is, recht te lullen. Doe aan zelfreflectie. En natuurlijk kun je niet iedereen tevreden stellen. Maar luister naar de mensen. Niet van tevoren denken, ik heb een plan en dat moet er doorheen.’

Als persoonlijke doel heeft De Kleer de politiek in de gemeente Nieuwkoop wat aantrekkelijker te maken. ‘In de raad leest iedereen zijn papiertje voor, terwijl er eigenlijk een debat moet ontstaan. Een beetje spanning is goed.’

Studie
Zijn studie geschiedenis in Leiden blijft voor De Kleer hoofdzaak de komende jaren. ‘Daarom ambieer ik het wethouderschap nu ook nog niet. Ik wil mijn studie afmaken en vind mijzelf te jong om een ambtelijke organisatie aan te sturen. Ik ben daar gewoon nog niet klaar voor. En ik vind politiek bedrijven vanuit de raad ook nog veel te leuk. Op een kritische manier naar de mensen kijken en ze scherp houden, in die fase wil ik op dit moment zitten.’

Natuurlijk gaat De Kleer met zijn partij voor de winst 21 maart. ’ Ik hoop op  4 of 5 zetels. Maar stel dat het niet zo is, dan is dat zo.’

Erica Terpstra
Erica Terpstra is De Kleer zijn voorbeeld. ‘Ik houd van mooie mensen. Van mensen die ergens passie voor hebben. Van Erica spat het enthousiasme af. Zij heeft een grote liefde voor het land en haar inwoners. En ik ben zelf een heel groot sportfan, net als Erica.’

Starters in Ter Aar
De Kleer zou graag starters de kans geven om in Ter Aar te kunnen blijven wonen. ‘Ik zie bijvoorbeeld veel kans op de locatie van De Vlinder om daar betaalbare appartementen neer te zetten. Want veel van mijn vrienden willen in Ter Aar blijven wonen, ondanks dat he hier maar weinig voorzieningen hebt. Dat vind ik ontzettend leuk. Het houdt alles een beetje bij elkaar.

=========================

Benelli Natuursteen

Alexander Bloemberg van Benelli Natuursteen

ALPHEN AAN DEN RIJN – Toen Alexander Bloemberg nog maar 14 was, ging hij al vaak mee naar begraafplaatsen, waar zijn vader zijn gehouwde grafmonumenten plaatste. Na de middelbare school koos Alexander voor een studie rechten (die hij afrondde) om uiteindelijk toch in het bedrijf van zijn vader, Benelli Natuursteen, terecht te komen en te gaan werken als steenhouwer.

‘Dat je vanuit het niets zoiets creëert, dat vind ik zo mooi aan steenhouwen,’ vertelt Alexander (37), vader van dochter Lisa (3) en geboren en getogen in Alphen aan den Rijn. ‘Het vertalen van ideeën die mensen in hun hoofd hebben naar het uiteindelijke product, dat geeft heel veel voldoening. Daarbij vind ik de enorme verscheidenheid aan materialen die je voor grafwerk kunt gebruiken erg interessant. Van alle beschikbare materialen hebben wij bij Benelli een selectie gemaakt van wat wij gebruiken. Het materiaal moet duurzaam zijn. Hoe beter de kwaliteit, hoe langer het buiten goed blijft. Een grafmonument staat al gauw 10 tot 20 jaar buiten en hoe minder onderhoud dit vraagt, hoe beter.’

Het kunnen zien
Alexander en zijn vader geloven dat het daarom belangrijk is, dat mensen die iets persoonlijks als een grafmonument moeten uitzoeken, het kunnen zien. ‘We hebben één van de grootste showrooms van Nederland. En omdat veel mensen die bij ons komen wat ouder zijn, is deze binnen.’ In de showroom liggen langs 2 paden, rechts en links, vele soorten grafmonumenten met grafstenen in verschillende vormen en van diverse materialen. Ook staan er op de lange vensterbank urnen in alle vormen en maten.

‘Mijn vader was natuursteen-verwerker en werd in 1974 eigenaar van Benelli Natuursteen. Als zoon moest ik hem soms helpen. Ik liep daardoor vaak op begraafplaatsen en heb dat nooit raar gevonden. Ook vind ik het praten met mensen en bezig zijn met het maken van grafmonumenten niet naar. Als je praat met mensen over de overleden persoon, worden veelal de leuke eigenschappen en anekdotes aangehaald. Natuurlijk zijn er tranen, maar er worden ook veel vrolijke noten genoemd. Ik heb echt de meest grappige verhalen gehoord. Door deze gesprekken een beetje te sturen, maak ik de drempel steeds een beetje lager, waardoor mensen ook merken hoeveel rust het geeft als zij uiteindelijk een keuze maken. Daarnaast geeft de gecreëerde plek op een begraafplaats, waar de overledene herdacht kan worden, een bepaalde rust. En voor velen is het ook zo, dat als je naam ergens staat, je er nog “bent”. Achter een grafmonument zit symboliek, het vertelt vaak jouw verhaal.’

Keerzijde
Is het werk dan helemaal nooit naar? ‘Wanneer het om mensen van je eigen leeftijd gaat, is het wel confronterend. En bij kinderen is het ook anders, zeker nu ik zelf een dochter heb. Bij een overlijden van een kind, ook als zij 40 zijn, is het verdriet heel erg groot. Ook zelfmoord is anders. Zeker als ze geen briefje achterlaten, dan blijven er zoveel vragen open. Nabestaanden voelen zich dan vaak schuldig: “Heb ik het fout gedaan?”. Dat moet je echt loslaten, want je krijgt geen antwoorden meer. Dat is wel de keerzijde van het beroep.’

Alexander probeert bij opdrachten voor grafmonumenten altijd rekening te houden met belangrijke data. ‘Als iemand overlijdt en deze persoon zou over 2 weken jarig geweest zijn, dan stel ik alles in het werk om het grafmonument voor die datum te plaatsen. Maar ik houd ook rekening met Allerzielen, Kerstmis en bijvoorbeeld Lichtjesavond, ieder jaar op de Oosterbegraafplaats in Alphen. We leveren snel. Dat komt, omdat we niet werken met derden. We hebben veel op voorraad en werken veel met eindproducten. Snelheid is alleen lastig als het materiaal van buiten West-Europa moet komen.’

Steenhouwen kun je niet leren in alleen de schoolbanken. ‘Het echte steenhouwen leer je in de praktijk. Op school vul je alleen je kennis aan. Het is een erg breed beroep met veel verschillende elementen. Je moet er heel handig voor zijn. Mijn vader maakt met zijn handen wat zijn ogen zien. Ik ben sterker in het aanvoelen van mensen en doe dus de klantgesprekken en regel de formulieren, zoals de vergunning. Al ben ik ook vaak in de werkplaats te vinden.’

Proces
‘Na het bezoek van de klant werk ik de ideeën uit op de computer en stuur deze naar de familie. Soms praat ik zelfs mee in een familie-groepsapp. Ik maak de papierwinkel in orde en ontwerp het geheel. Voor de steen heb ik standaardmallen, waarna ik hier de teksten – met gewenst lettertype en -grootte – en eventuele illustraties op teken met watervaste stift of potlood. De klant kan dit weer zien en beoordelen. Ik laat veel van de stappen zien, omdat het houwen zelf maar één keer gedaan kan worden. Dan stralen we de teksten en illustraties in met grit. Of we etsen of laseren dit. Ook het plaatsen van de steen doen wij zelf. We maken de grafmonumenten zoveel mogelijk in orde in de werkplaats en brengen deze met een mobiele kraan naar de begraafplaats waar we het monument compleet maken. Het tillen vraagt wel de nodige spierkracht.’

Herinneringen
Een mooie herinnering heeft Alexander aan het grafmonument dat hij maakte voor een bekende zanger. ‘Voor dit monument maakte ik het ontwerp. Ik bracht het idee van een piano in en heb dit hele monument uiteindelijk helemaal zelf gemaakt. De familie was zo enorm blij met het resultaat.’
Maar Alexander heeft meer bijzondere herinneringen. ‘Ik mocht een grafmonument maken voor een vader met 2 tienerdochters waarvan de moeder was overleden. De dochter deed een grafische opleiding. Ik stelde voor dat zij het ontwerp maakte voor het monument. Dit wilde zij wel. Uiteindelijk lukte het om het monument binnen een week af te krijgen en het te plaatsen voor de dag dat moeder haar verjaardag zou vieren. En de waardering van de familie ging ook voor een groot deel naar het meisje, dat vond ik zo fijn.’

Nog een speciale herinnering heeft Alexander aan een man die overleed. ‘Deze man zat in een rolstoel. Als mensen hem vroegen “Hoe gaat het met je?” antwoordde hij altijd “Ik ga nog steeds vooruit.” Zijn familie zocht naar een tekst om op zijn graf te plaatsen. Omdat zijn opmerking altijd bij iedereen een lach op het gezicht bracht, stelde ik de familie voor daar iets mee te doen. Uiteindelijk werd het: “Nu ga ik niet meer vooruit”.’

Benelli Natuursteen
Naast hun specialisatie in grafmonumenten vervaardigt Benelli Natuursteen aanrechtbladen, vensterbanken en bouwgerelateerde dorpels. ‘We zijn de enige steenhouwer in Alphen. Ons werkgebied is alle begraafplaatsen tussen de 4 grote steden,’ aldus Alexander Bloemberg.
www.benelli-natuursteen.nl

Foto: Alexander Bloemberg | Fotograaf: Bram Corstjens

=========================

Keurslager Loek van Vliet

ALPHEN AAN DEN RIJN – Loek van Vliet is slager. Keurslager om precies te zijn. Loek (45) was pas 14 toen hij in een slachthuis ging werken. Op zijn 25ste had hij al een eigen slagerswinkel.

Loek hielp als tiener op zijn ooms boerderij. ‘Daar kwam op een dag een handelaar langs die het rundvlees van mijn oom opkocht om te slachten. Hij zocht een zaterdaghulpje,’ vertelt Loek. ‘Ik begon in zijn slachterij met schoonmaken en opruimen en keek graag naar de grote jongens die het vlees slachtten. Toen werd ik al besmet met het vleesvirus. Langzaamaan kreeg ik echte slagerstaken, snijden en uitbenen. Ik mocht de grote mannen steeds meer helpen. Het was een echte mannenwereld, grof en stoer, maar ik zag ook dat die jongens niet oud zouden worden. Daarom ben ik als 16-jarige naar de slagersvakschool in Rijswijk gegaan, het Leerlingstelsel , ging één dag in de week naar school en werkte vier dagen. Ik doorliep bij verschillende slagerijen alle facetten van het slagersvak. De worstmakerij, uitbenen, traiteur. Langzaamaan kwam daar wat management en ondernemen bij. Toen mijn opleiding klaar was, ik was 25, zei mijn werkgever “Ik stop ermee”. Heel brutaal vroeg ik of ik het kon overnemen. Binnen 3 maanden was het geregeld. Ik kreeg de verantwoording over het volledige team en de zorg over een grote winkel. Dat was wel schakelen. Er kwam een flink stuk ondernemen bij. Het was harde leerschool, maar ook een snelle.’

Twaalf jaar geleden verhuisde Loek van Vliet met zijn slagerswinkel van De Ridderhof naar De Herenhof. ‘Een goede stap. We zitten hier op een mooi winkelcentrum met een rijtje van vers-specialisten en een aantal goed lopende supermarkten. De consument kan hier zijn volledige boodschappenkar vullen.’

Keurslager
Loek van Vliet is Keurslager. ‘Om deze naam te dragen, moet je een bepaald kwaliteitsniveau halen, de hygiëne en het assortiment moeten op orde zijn en het personeel en je winkel moeten een bepaald niveau hebben. Hiervoor krijgen we onverwacht bezoek van een keuringsman van de Vereniging van Keurslagers die monsters neemt van producten. Hiervan krijg je de uitslag, met daarbij tips. Scoor je op alle punten goed, dan krijg je een nieuw certificaat.’

Keurslagers zijn eigen baas. ‘Het is geen franchise. Je bent zelf verantwoordelijk voor de inkoop. Je bepaalt zelf je leveranciers. Dat vind ik heel belangrijk, want ik wil me goed voelen bij de leveranciers, een goede band met ze hebben. Zo heb ik een vaste leverancier van rundvlees. Deze boer spreek ik wekelijks en ik ga ook geregeld langs. Een goed gevoel zegt mij honderd keer meer dan een keurmerk, een logo of een certificaat. Het gaat mij om vertrouwen. Qua varkensvlees hebben we gekozen voor het Livar-varken uit Limburg, die heeft een 3 sterren Beter Leven-keurmerk. Livar heeft een varkensras gevonden dat voller van smaak is. Het laat het dier ouder worden en de biggen blijven langer bij hun moeder. Daarnaast komen ze buiten. Dat spreekt ons aan.’

Veel zelf maken
Loek en zijn vakslagers maken bijna alles zelf. ‘Gehakt, worst, 80% van de vleeswaren en maaltijden. We kopen hele koeien in. Deze zijn geslacht door een collega keurslager die dit voor een paar slagers doet. Hij beent het dier uit, waarna wij het verwerken tot bijvoorbeeld rookvlees, worst en gehakt. De grootste uitdaging is, dat de koe van neus tot staart wordt verwerkt tot producten. Dat resulteert vaak in creatieve dingen in je toonbank. Nieuwe specials, een nieuw gehaktproduct of een nieuwe vleeswaar. Alles moet een baas krijgen. Ik vind, dat als dieren geslacht zijn, je daar met respect mee moet omgaan en het dus netjes moet verwerken.’

De passievolle Loek weet precies waarom hij 70 uur per week werken geen enkel probleem vindt. ‘Ik vind het heel erg mooi dat we van een dier, waar goed voor gezorgd is, mooie producten kunnen maken. Als een koe of varken opgroeit, zie je daar een goed lichaam op komen. Ze krijgen een prachtige glans en zien er gezond uit. Vervolgens ligt daar iets waarmee je eigenlijk niets kunt, maar je kunt er hele leuke dingen van maken. Een slager maakt het verschil in de manier van uitsnijden en het selecteren van een stuk vlees. Daardoor zorg je dat de klant het allerlekkerste krijgt. We adviseren onze klanten graag en geven ze een perfect bereidingsadvies mee. Daarbij vind ik het gebruiken van neus tot staart ook echt mooi. Biefstuk verkopen is geen kunst, maar er zit zoveel meer aan een dier. Zo verkoop je in de wintermaanden natuurlijk veel meer stoofvlees dan in de zomer. Maar in de zomerslacht heeft de koe ook stoofvlees. Dat vraagt om kennis. De koe snijden we in de zomer anders uit. Zoals bij ribeye. We kunnen het snijden als ribeye, maar als we hem iets anders uitsnijden, wordt het een riblap. Hierbij is niet alleen een goede vakslager nodig, maar ook een goed verkoopteam.’

Seizoenen
Loek ziet in elk seizoen uitdagingen en kansen. ‘We gaan nu het barbecueseizoen in. En al wordt het barbecueën ook meer culinair en luxer, het overgrote deel wil een sateetje, een burgertje en een worstje. Het is aan ons om dat zo lekker mogelijk te maken. Maar ik kijk ook alweer stiekem uit naar de rookworst in september. En dan komen er weer wild, stamppotten en de kerst. Elk seizoen heeft zijn charme.’

De slager verkoopt ook enkele vegetarische producten. ‘Als mensen een barbecue geven, willen ze vaak ook wat vegetarische producten. Dit kunnen vleesvervangende producten zijn, maar onze voorkeur gaat uit naar een groentespies of een gevulde champignon. Ook daarin zijn we creatief. Al vind ik ook dat je niet iedere dag vlees hoeft te eten. En kies de dagen dat je wel vlees eet voor een verantwoord stuk vlees. Geen lappen van 2,5 ons, maar een wat kleiner, maar smakelijk stukje vlees.  Dan is goed vlees niet duur.’

Vlees is emotie

Loek weet dat internet steeds sterker opkomt, maar is ervan overtuigd dat een goede slager blijft bestaan. ‘Wij geven de mensen altijd een reden om naar de winkel te komen. We hebben een product met emotie en laten onze producten graag proeven. Daarnaast adviseren wij onze klanten.’

Loek van Vliet keurslager
Herenhof 30
2402 DM Alphen aan den Rijn
0172-420005
info@loekvanvliet.keurslager.nl
www.loekvanvliet.keurslager.nl

Foto: Keurslager Loek van Vliet | Fotograaf: Bram Corstjens

Dit bericht is geplaatst in werkvoorbeelden. Bookmark de permalink.